Club Guy & Roni’s Mechanical Ecstasy is een excentriek en kolkend avondje in het rode pluche

Mechanical Ecstasy, de succesvoorstelling van het Groningse dansgezelschap Club Guy & Roni, gaat voor het vierde jaar op tournee en trapte vorige week af in Groningen. Vier jaar later, maar nog steeds relevant én enorm populair. Zo waren de try-out en de première in no-time uitverkocht. Toch vroeg ik me af of alle toegestroomde bezoekers eigenlijk wel wisten waar ze naartoe gingen.

Want, laten we wel wezen, mijn uitzicht op het toneel van de Stadsschouwburg vult zich over het algemeen met grijze bolletjes. Bolletjes die wat ouder zijn, netjes gekleed zijn en lekker een avond willen genieten in de rode stoeltjes van de schouwburg. Goed vertegenwoordigd drongen ze de zaal in op zoek naar (wat bleek) een staanplaatsje, zichtbaar niet wetende wat hen allemaal overkwam, noch wat ze de komende anderhalf uur nog zouden meemaken. Maar, opvallend en heel tof om te zien was dat ook veel twintigers en dertigers het podium van de Stadsschouwburg (waar de voorstelling zich geheel afspeelde) betraden.

En dat is niet verwonderlijk, Mechanical Ecstasy is namelijk (zoals de naam wellicht al doet vermoeden) één groot feestje. Een theatraal dancefeest, een rave, waarin het de bedoeling is dat niet alleen de Club, maar ook het publiek zich vol overgave stort in het feestje. Het eerste deel van de show is gevuld met de strakke en altijd uitstekende choreografie van Roni Haver en Guy Weizman, uitgevoerd door de dansers van Club Guy & Roni aangevuld met het talentenensemble van CG&R, Poetic Disasters Club.  Het tweede deel van de avond is een ware party met livemuziek van Slagwerk Den Haag, aangevuld met composities van NOISIA’s Thijs de Vlieger en Jan-Bas Bollen.

Toch is Mechanical Ecstasy meer dan alleen een gezellig feestje. Er heerst ook indringende ernst, we worden toegesproken door een vrouw in een lange zwarte SS-achtige jas. Ze gooit de ene naar de andere fascistische en hedonistische tekst naar ons toe, terwijl wij juichen, want dat moest van één van de dansers. De voorstelling is een pleidooi voor eigenheid, jezelf kunnen zijn en kunnen opgaan in een moment. Tegelijkertijd houdt het ons een grote spiegel voor: want hoe ‘eigen’ we ook zijn, als een van de dansers zegt dat we moeten springen, gaan we springen. Het opgaan in de massa is een confronterend besef binnen de voorstelling.

Al is het voor veel mensen waarschijnlijk gewoon een cultureel feestje, en dat is ook helemaal prima. Een technofeest zonder pillen (behalve een Smintje op z’n tijd) in een parmantige schouwburg met overwegend veel babyboomers: klinkt als een merkwaardige avond, maar is absoluut de moeite waard. En die grijze bolletjes? Die stonden bij de afterparty het hardst te swingen.

Op 24 en 25 januari is de voorstelling weer in Groningen te zien in de Stadsschouwburg. Klik hier voor meer informatie en kaartjes.