Één doel, één man: Myron, de nieuwe stadsdichter van Groningen?

Myron Hamming is een haast niet te missen man uit Groningen. Naast dat hij waarschijnlijk de meest goedlachse vent is die in de stad rondloopt, is hij ook heel erg actief in de scene van de dichtkunst en spoken word. Wie hem wel eens heeft zien optreden weet dat hij vol passie over de stad kan praten en zijn liefde voor Groningen en haar inwoners graag in allerlei prachtige verzen voordraagt. Niet voor niets is Myron dus hard op weg om een grote droom te verwezenlijken; stadsdichter worden. Ik sprak met deze woordkunstenaar af bij Nok in het Forum. Eén van de beste locaties om in alle rust van het geweldige uitzicht te kunnen genieten; Groningen stad.

Hi Myron! Wij kennen elkaar eigenlijk van het sporten. Veel mensen kennen jou natuurlijk van je dichtkunsten maar wat mensen vaak niet weten is waarmee jij je daarvoor mee bezig hield. Kan je daar wat meer over vertellen?

Ik heb vroeger heel veel geschaatst! Rond mijn negentiende ging ik naar het Alfacollege om de opleiding Sport en Bewegen te volgen. Ik had mijn hele leven al geschaatst dus een sportopleiding sloot daar heel mooi op aan. Daarna ben ik als bewegingsagoog gaan werken bij een fysiopraktijk in Haren.

Sorry dat ik je onderbreek maar wat is dat? Een bewegingsagoog zei je?

Ja! klopt. Je kan het zien als een beroep waarbij je fysieke oplossingen probeert te vinden voor cognitieve problemen. Bijvoorbeeld om te onderzoeken en te scholen wat de effecten van sporten of een bepaalde beweging zijn op bijvoorbeeld het brein van een dementerend persoon. Ik specialiseerde me in mensen met een vorm van dementie.

Wanneer en (misschien nog wel interessanter) waarom ben je gestopt met op een hoog niveau te schaatsen?

Bijna vijf jaar terug ongeveer. Wil nog steeds drie of vier zeggen maar de tijd gaat snel. Waarom ik gestopt ben? Vaak denk je dat er dan een heel verhaal komt met allerlei redenen maar in mijn geval was ik er gewoon klaar mee. De passie die ik ervoor had in het begin was grotendeels verdwenen. Ik ben echt van de een op de andere dag gestopt. Ik was benieuwd naar wat ik nog meer zou kunnen doen met het leven. Ik wilde niet meer per se winnen. Maar het was wel een lastige en best pijnlijke beslissing. Ook al was het wel een duidelijke voor mij. Heb er wel een maand of drie over moeten dubben om er daarna definitief mee te stoppen. Vanaf het insluipen bij het onderbewuste tot het daadwerkelijk ophangen van mijn schaatsen aan de wilg.

Weet je nog het moment dat je die keuze hebt gemaakt?

Het exacte moment weet ik nog. Het was in het zomerseizoen, off-season. Maar dat is dus de tijd dat je de basis voor de winter moet leggen. Dus in principe heb je dan nog hardere trainingen dan wanneer je echt wedstrijden rijdt. Ik woonde toen nog thuis bij mijn ouders. Het was in de ochtend en ik dronk een bak koffie met m’n pa en ik zei: “Ik moet zo meteen 150 km fietsen en ik kan niets verzinnen waar ik minder zin in heb dan dat.” Mn vader was niet verbaasd. Als iemand in mijn sportcarrière er altijd bij is geweest, in Berlijn bij wedstrijden of noem maar op, dan was ‘t wel mijn vader. Hij vond het natuurlijk jammer, maar hij had er begrip voor. En gelukkig mijn moeder ook.

En nu dus poëzie. Hoe kom je daar dan bij? Want dat is wel even een hele switch. Heb je een dartbord beplakt met post-it notes met ideeën en toen met je ogen dicht een pijltje gegooid?

Nee, maar als ik daar zo over na denk zou dat echt wel een strak plan zijn geweest, haha. Ik was bang dat ik in een zwart gat zou vallen nadat ik was gestopt met topsport. Wat moest ik nu in vredesnaam gaan doen? Ik hoorde om mij heen verhalen over andere mensen die stopten met iets waar ze hun hele leven aan hadden gewijd en in een diep gat terecht kwamen. Niet alleen maar van mensen uit de sportwereld. Dat was in de eerste paar dagen en weken wel iets waar ik me zorgen om kon maken. Ik was toen niet actief bezig met poëzie of schrijven, maar vond het altijd wel heel gaaf. Ik romantiseerde het idee van een dichter die ‘s avonds zijn eureka-momenten heeft en dan met werk komt dat een land plat kan leggen met emotie. Maar ik wist wel dat dat nog ver van mij vandaan stond. Ik had er nooit de tijd voor met het schaatsen natuurlijk, maar ook omdat ik dyslectisch ben voelde het als een droom die mijlenver bij mij vandaan was, bijna ongrijpbaar.

En toen ik stopte met het schaatsen had ik ineens tijd voor andere dingen. Ik wist alleen niet in welke hoedanigheid ik met poëzie en tekst bezig wilde zijn. Na een dikke maand gestopt te zijn met schaatsen zag ik op een avond iets op social media voorbijkomen van een kennis van mij, Mauricio Plat, die was al een behoorlijke tijd bezig met poëzie. Hij zou diezelfde avond optreden bij New Attraction; spoken word night, iets in die richting. Ik zag dat voorbijkomen en ik had iets van, ik heb niks te doen en het leek me wel vet om alleen heen te gaan. Een uur later zag ik hem op het podium staan. En ik vond het zo puur, zo echt. Het hele idee van een tekst schrijven, uit je hoofd leren en op het podium staan. De stilte wordt je gegund en er word naar je geluisterd. Alleen jij en je stem. Dat triggerde mij zo erg toen ik in het publiek zat. Zet mij nu op dat podium en je zult niet weten dat het mijn eerste keer voordragen is. Ik zat daar echt met een adrenaline rush. Ik zocht naar iets waar ik dezelfde passie voor zou hebben als die tien jaar lang aan de start van een schaatswedstrijd. En dit gevoel was nog bevredigender en spannender dan het gevoel dat ik toen had. Ik had ook nog nooit van mijn leven op het podium gestaan.

Maar met een schaatswedstrijd op hoog niveau is er toch ook een publiek? Wat is dan het grote verschil?

Klopt, maar het verschil met schaatsen is dat met schaatsen je een soort tunnelvisie hebt. Het publiek is een ruis. Je bent alleen bezig met het ijs en je beweging. Als ik voordraag ben ik nog wel heel erg bezig met het publiek waar ik bij wijze van spreken mijn kunstje voor uitvoer. De interactie met de bezoeker is waar het om draait. De connectie met mensen wil ik opzoeken. Dat vind ik nog steeds heel lastig en spannend. Ik denk dat ik nog meer podiumervaring moet opdoen om volledig in het verhaal te zitten terwijl ik nog wel iemand kan aankijken en het gevoel kan overdragen zoals ik het bedoel. Het is ook een kwestie van gewoon doen en ballen hebben. Durf een moment van stilte te hebben en mensen aan te kijken. Je kan je niet verschuilen achter een muzikale ondersteuning, het gaat echt om jou en je woorden.

Kun je je eerste voordracht nog voor de geest halen?

De eerste keer dat ik voor heb gedragen was hier in de Gelkingestraat, in Groningen. In het New Orleans Jazzcafé. Ik denk er nog vaak aan terug. Het eerste wat in m’n kop opkomt is dat ik echt beschamend brak was. Toen ik sportte ging ik niet uit en als je dan ineens wel het nachtleven ontdekt is dat nogal een soort van cultuurshock. Een druppel alcohol was een liter vergif voor me. Ik leerde Groningen in één keer op een andere manier kennen. Na tien uur ‘s avonds de stad in, in plaats van in bed liggen tegen die tijd. Er kwam plots spanning in mijn leven door mijn eigen stad, die ik nog nooit had ervaren. Het nachtleven was compleet nieuw voor mij.

Ben je ooit terug geweest in het New Orleans Jazzcafé om voor te dragen?

De periode erna ben ik er wel regelmatig geweest om een borreltje te doen of om af te spreken met mijn vrienden. Maar optreden daar heb ik nooit meer gedaan.

Heb je grote tegenslagen gekend in het leven?

Ik durf wel te zeggen dat een gedisciplineerd leven zoals ik had met mijn sport mij wel heel erg heeft kunnen behoeden voor grote fouten in mijn jeugd. Het had totaal anders kunnen lopen. Het schaatsen was een uitlaatklep maar ook omdat ik veel weg was kom je minder snel in aanraking met verkeerde vrienden en dergelijke. Ik ben ervan overtuigd dat ik minder snel ben meegetrokken in een negatieve omgeving dan wanneer ik niet op topniveau zou hebben geschaatst.

Niet dat je weg vinden in de sportwereld een gemakkelijke opgave is. Het is een behoorlijk harde wereld. Naar mate je wat meer succes boekt zullen er gewoon meer ogen op je gericht zijn. Mensen gaan meer van je vinden. En daar moet je wel tegen opgewassen zijn. Ook in een niet sporters-leven kom je dat misschien tegen op school, of met stappen om maar iets te noemen. Dus in dat opzicht zou dat vast overeenkomstigheden hebben.

Als je erop terugkijkt wat zijn dan lessen die je hebt geleerd uit je adolescentie?

Ik heb het niet altijd even makkelijk gehad. Iedereen die jong is geweest heeft dingen meegemaakt of in bepaalde situaties gezeten. Het leven kan nog zo vervelend of kut zijn, maar juist in die tijden moet je blijven kijken naar mensen die dichtbij je staan zoals je familie. Je woont dan wel in hetzelfde huis, maar je moet elkaar niet uit het oog verliezen. En dat is nooit gebeurd. Wanneer je van alle kanten belaagd wordt in het leven, dan is het het moeilijkst maar ook het meest belangrijk om te kijken naar je dierbaren.

Heb je veel favoriete schrijvers/dichters waar je tegenop kijkt of inspiratie uit haalt voor je eigen werk?

Ja, sowieso. Er zijn een paar. Willem Wilmink bijvoorbeeld. Hij is jammer genoeg enige tijd geleden overleden, een jaar of tien terug. Zijn kracht was dat hij schreef met hele korte kinderlijke woorden. Daarmee kon hij je het gevoel geven dat je thuis met een gelukkige familie naast de haard zat met kerst. Dat gevoel kent jammer genoeg niet iedereen maar iedereen begrijpt de beleving die Willem wil overdragen met zijn werk, het is universeel. Dat ten opzichte van andere schrijvers die veel boodschappen in één gedicht willen overdagen vind ik het werk van Wilmink juist subliem in zijn eenvoud. In simpliciteit een boodschap kunnen overbrengen vind ik iets heel moois hebben. Met kleine en toegankelijke woorden grote boodschappen overbrengen vind ik zelf nog steeds heel lastig. Ik zie het als iets van een niche in de kunsten. Dat vind ik heel knap en daar streef ik soms ook naar in mijn eigen werk. Ik zou heel graag bij dat moment zijn geweest dat zo’n zin of metafoor uit zulke poëzie werd bedacht door iemand. Volgens mij is dat heel speciaal om mee te maken of om te ervaren. Of nog zoiets wat muziek bijvoorbeeld kan doen. Dat je een heel mooi liedje hoort dat door merg en been gaat. Dat raakt me meteen en het voelt zo goed, het klopt. En dat iemand dat dan heeft bedacht vind ik echt heel bijzonder. Meer kunstenaars waar ik veel respect voor heb zijn bijvoorbeeld Typhoon en Akwasi. Akwasi zou ik meer naar voren schrijven als je me vraagt naar favoriete performances. Typhoon bewonder ik nog meer omdat hij voor mij als geen ander de brug tussen rap en poëzie heeft geslagen.

Wat maakt jou anders dan de andere dichters? Wat is jouw unicum? Dat je zegt; dit is de manier waarop ik kunst probeer te maken.

Waar ik me mee onderscheid, denk ik, is de performance die ik aan de tekst probeer mee te geven. Of het nou een traditioneel gedicht is of een spoken word tekst. Met de vertaalslag naar hoe het mooi kan klinken wil ik me onderscheiden. Tijdens het schrijven ben ik constant bezig met hoe het klinkt. Met harde en zachte klanken, dat het ook fijn is voor de oren. Ik vind de muzikaliteit in mijn werk erg belangrijk, het ritme. Zo spelen met de woorden en zinsbouw om de muzikaliteit erin terug te laten komen. Het is een speelse manier om met tekst om te gaan, en het sluit denk ik beter aan bij de jongeren van nu.

Waarom is het voor jou belangrijk om een connectie te maken tussen woordkunst en jongeren?

In mijn eigen jeugd heb ik het ook niet altijd even makkelijk gehad en door te schrijven kun je het deels van je afschrijven, verwerken wat er is gebeurd of aan het gebeuren is. Het is helemaal van jou. Ik heb een project gedaan bij de jeugdzorg, zowel de open als gesloten afdelingen. Het is altijd heftig qua verhalen die je hoort en wat de jeugd daar heeft meegemaakt. Wat ik terugkreeg van hen, is dat het schrijven hielp met het omzetten van iets negatiefs naar iets positiefs. De negatieve ervaringen zijn beter te verwerken. Niemand bepaalt wat jij gaat schrijven en wat je mag schrijven. Het is zo ontzettend belangrijk om jongeren hun eigen kracht te laten ontdekken in hun leven. Jij bepaalt wat je narratief is. Als je vijftien of zestien bent heb je in principe altijd wel problemen, hoe groot of klein die dan ook zijn. Schrijven is volledig van jezelf. In de jeugdzorg wordt je leven voor je ingevuld in allerlei verschillende opzichten: hoe laat je nog geluid mag maken, wat je vrijheden zijn, hoe laat welke dagbesteding is. Je kunt je voorstellen dat de muren op je af kunnen komen. En ik denk dat als je dan de mogelijkheid hebt om dingen voor jezelf te kunnen creëren en jezelf af en toe terug te kunnen trekken, dat dat troost en soelaas kan bieden.

Wat zijn op dit moment de dromen of doelen? Want je bent nu bezig met het sturen van jezelf naar een bepaalde richting. Wil je daar misschien wat meer over zeggen?

Ik heb een heel duidelijk doel voor ogen. Ik wil heel graag de volgende stadsdichter van Groningen worden. Het staat in lijn met wat ik eerder zei. Ik voel gewoon heel veel passie voor de dingen die ik doe. Afgelopen jaar is het eerste jaar dat ik als zelfstandige werk. Ik doe nu alleen nog dingen waar ik met de volle 100% achter sta. Daar ben ik ook echt supertrots op. Wat dat betreft heb ik wel echt een pittig jaar uitgekozen om te beginnen als zzp’er in deze sector. Maar stadsdichter worden of zijn voelt aan alle kanten als iets wat ik ontzettend graag wil, moet en kan doen. Ik denk dat ik er erg geschikt voor zou zijn, de positie past gewoon goed bij mij. Ik barst van de ideeën.

Ik kijk nu bijvoorbeeld naar de voordeur van het stadhuis. Daar had ik een paar dagen geleden een afspraak met de burgemeester. Die vroeg wat ze zouden kunnen verwachten van mij als stadsdichter. Ik wil taal en poëzie ontdoen van het stoffige en oubollige karakter. Waar kijken jongeren naar en waar zijn ze mee bezig? Vaak zijn dat vragen onbewust of bewust zoals: Wat is cool? En wat mag ik niet? En dan krijg je uitkomsten zoals: Roken mag niet, dus dat ga ik doen. Drinken mag niet, dus ik ga zuipen. Maar schrijven en poëzie hebben beide een stigma dat het niet cool is. Maar dat kan het echt wel zijn. Ik wil guerrilla-achtige acties bedenken met mijn poëzie. Neem die voordeur van het stadhuis bijvoorbeeld. Gebruik de poëzie als iets ‘illegaals’ en onverwachts. Kladder die voordeur vol met niet permanente verf met gedichten en inspirerende woorden op een graffiti-achtige wijze. Op plekken waar niemand omheen kan, zichtbare plekken.

De burgemeester en ik zijn het erover eens dat in principe de stadsdichter zo zichtbaar moet zijn dat de dichter het verhaal vertelt. Het verhaal van de stad. Het is degene die het gevoel en de emotie van onze stad Groningen naar buiten kan brengen met betrekking tot actualiteit en mensen met elkaar verbindt. Wat er speelt, beleefd, doormaakt, wil. Die verhalen zouden structureel moeten worden samengevat, en op hun beurt worden verteld. Ik denk dat als je in de klas zegt: Maandag na het weekend komt er een dichter in de klas. Dan sta je al 1-0 achter. Ze willen dan waarschijnlijk niet schrijven, luisteren of lezen. Maar als je zegt dat er een rapper komt, dan is het cool. In principe verkopen ze hetzelfde: taal. Ronnie Flex heeft bijvoorbeeld vanaf het begin al gezegd dat hij houdt van dure en mooie Nederlandse woorden en poëzie. Tupac’s grootste inspiratiebron was Shakespeare.

Wat zou je zeggen wat jouw valkuilen zijn, die je kunnen tegenhouden om je dromen of doelen te bereiken?

Als ik ergens mee zit, privé of zakelijk, kan ik die normaal gesproken wel van mij afschudden. Op het moment dat het niet gebeurt, ben ik de gehele dag alleen met m’n hoofd bij die gedachtes, wat dan enorm afleidend werkt. Dan heb ik echt verloren dagen. Mijn energie raakt op terwijl ik een energiek persoon ben. Het zit mij echt dwars. Emotie is mijn drijfveer. Ik kan dat dan niet uitsluiten. Ik word niet per se neerslachtig maar ik ben niet meer volledig de vrolijke Myron die je kent.

Hoe laat je dat los? Werk je daaraan?

Laat ik vooropstellen dat het niet vaak gebeurt. Dus in dat opzicht heb ik er veel geluk mee. Maar op het moment dat het wel gebeurt, probeer ik er scherp op te zijn. Tijd voor jezelf nemen, telefoon uitzetten, sporten, uiteten met m’n vriendin. Ik probeer dan mijn gedachtes te verzetten. Vaak verdwijnt of ebt het dan wel weg. Het is gewoon iets menselijks. Verder ben ik denk ik wel echt gezegend met mijn instelling en uitzicht op het leven. Dat is iets wat op zichzelf al veel problemen voorkomt.

Wat is je lievelingsspreuk, wijsheid, gezegde?

Alles is tijdelijk, ook dit. Dus in principe: Memento Mori, gedenk te sterven.

Hoe probeer je dit te implementeren in je leven?

Ik kijk niet per se naar wat ik kan doen waardoor ik blij word. Ik weet dat ik doe wat ik wil doen. Ik word wakker in de ochtend en vul tijdens mijn kop koffie in wat ik die dag moet en wil doen. Dat is uiteindelijk waar ik blij van word.

Op welk stuk van jezelf ben je ontzettend trots, misschien wel het meeste?

Ik denk dat dit werk aardig in de buurt komt. Tevens een originele, dus je hebt bij deze een primeur:

Groningen,

ga je gang maar, doe je ding maar,  

zolang het maar eigen is.

Laat me je soms met twijfel herkennen wanneer ik het bekende aanstaar,

laat jezelf vullen met nieuwe straten en gezichten,

maar ik wil dat je nooit verandert. 

Myron is binnenkort te zien in bij een productie van het NNO op 9 september om 20:15 uur, in de grote zaal van de Oosterpoort. Tickets kan je hier aanschaffen:

Instagram
Facebook
Linkedin