Kyteman vindt een draagbaar orkest en de bobo’s moeten aftikken

Clash Festival is een botsing van beeldende kunst en performancekunst met elektronische muziek. Enkele jaren geleden was Clash Festival een roemrucht feestje dat zorgde voor een uitverkochte Oosterpoort door namen aan te trekken als de Bloody Beetroots en Tiga voor de muziek, en onder andere Neerlands bekendste projectontwikkelaar Daan Roosegaarde voor beeldende werken.

In mijn optiek was Clash Festival één van de beste feesten die we ooit in Groningen hebben gehad vanwege zijn brutale karakter. Clash is in potentie nog stééds een idee dat geweldig goed kan werken in een muzikale studentenstad als Grunn. Dat zullen de organisatoren vast ook gedacht hebben. Daarom zal op 1 april 2018 Clash Festival terugkeren. Op ‘De Suiker’.

Er moet natuurlijk wel eerst een hype gecreëerd worden. Supermooi, want dat is een goede reden om meer geld los te peuteren om vette dingen te gaan doen. Vandaar dat Clash op 26 mei begint met een experiment: Clash #01 met Colin Benders, Art (kunst dus), en 030303.

Colin Benders. Die naam ken je ergens van. Verrek. Is dat niet die bevlogen jongen en orkestleider van Kyteman? Precies! Nu niet gelijk scrollen naar het stuk over deze aaibare jongeman, want het beste komt eerst: de beeldende kunst.

De avond begint goed want hij start in een kelder, een hele grote kelder met auto’s: in de parkeergarage aan het Boterdiep staan het grote werk van Lee McDonald en de kleine werkjes van Dragan Glamocic te pronken achter stukken afzetlint, wat een vervreemde kijk geeft op de werken. Alsof kunst kwetsbaar is, en mensen er absoluut niet aan mogen zitten met hun slopende vingertjes.

De werken van Dragan Glamovic zijn het beste te omschrijven als brood- en keukenapparatuur die beide niet volgens de handleiding gebruikt worden. Deze kunst is geinig, omdat het speelt met een verwachtingspatroon. Voorbeeld: ‘Een brood stop je in het broodrooster.’ Dragan laat het broodrooster draaien op een stokbrood. Puik stukje omdenken of gewoon krankzinnig. Dus super. Ik geloof dat we ook mogen drukken op een apparaat, maar vanwege het afzetlint doet niemand dit.

Lee McDonald trekt met zijn werk al de aandacht voordat zijn performance begint, want de uit de UK afkomstige kinetic artist heeft namelijk een gigantische helikopter van hout gebouwd. Ja, er staat dus een helikopter in de parkeergarage en hij kan gieren en draaien. Lee laat de helikopter geluiden maken zoals een helikopter doet en hem circuleren op zijn plaats naast de broodroosters die op broden draaien.

Het gave hieraan is dat de beweging van de helikopter en de akoestiek van de parkeergarage ervoor zorgen dat het geluid bijzonder dynamisch is, niet verveelt, en dat je met gesloten ogen het idee hebt je in een post-apocalyptische wereld te bevinden waarin honderden helikopters overvliegen om de laatste overlevenden te zoeken en ik draai een beetje door dus ik hou hier maar op. Het was mooi.

Na de perfomance volgt een dankwoord van Joachim, één van de organisatoren en visueel kunstenaar van Werc, gericht aan de Oosterpoort en wat geldschieters als het Prins Bernhard Cultuurfonds. Nobel, en goed om te weten, want hier kom ik nog op terug.

Toppunt van mijn avond was de voorstelling van Bert Scholten. Bert is een Groningse kunstenaar met een veelbelovende toekomst en een evenzo veelbelovend heden. Hij maakt Figuratieve Popmuziek, stelt zijn zolder beschikbaar voor idiote doch bijzondere ervaringen, en maakt beeldend werk dat volgens het Mondriaanfonds bestaat uit “abstracte lijnen, kriebeltjes en golven die als een muzikale partituur gelezen kunnen worden.” Daarnaast is Bert ook nog eens een ontzettend aardige gast.

Hij speelde en verbeeldde het nummer Zalvend. Stelt u zich voor, een groep van plusminus zestig mensen – het was een besloten opening – staat in een hoek van een parkeergarage. De performancekunstenaar slaat klanken uit zijn slaginstrument dat volgens mij een gemodificeerde draagbare xylofoon is, en spreekt in een verwarrende doch prachtige rustgevende poëtische taal, terwijl hij een lint trekt dat bevestigd is aan het instrument om zijn bezoekers. Een lint met ‘zalvende woorden’ erop. De bezoekers worden op deze manier letterlijk bij elkaar gezalfd tijdens de uitvoering. Wanneer de missie geslaagd is, vertrekt de kunstenaar in een rechte lijn richting de uitgang. De zalvende woorden achterlatend. Mind = blown.

Door naar het ‘main’ event. De karavaan trekt door de vroege – want mei! – zomeravond naar de Machinefabriek waar het ‘echte gebeuren’ plaatsvindt. De welkomsthal slash bar van de Machinefabriek is opgeleukt door bizarre projecties, waarschijnlijk van Hannes Andersson, en een dj-duo dat wat verloren in een hoek staat te draaien. Leuke ontvangst, maar ik wil door, want ik ben een kind van deze eeuw en moet geprikkeld worden.

Gelukkig staat daar in de grote zaal het imponerende, uitgelichte modulaire systeem – soort van draagbaar elektronisch orkest – van Colin Benders. Wat een plaatje is dat! Wat moet dat wel niet kosten? Drie-, vier-, zevenduizend euro? Ik stuur een suggestieve foto naar mijn vriendengroep waarin ik veronderstel het ding te willen stelen.

Mijn verwachtingen zijn hoog en daarom kijk ik naar het in de zaal aanwezige geluidssysteem, want zo’n setup heeft een krachtige output nodig. Reden voor een schrikmoment. Want wat er staat is misschien genoeg voor een lage zaal van tweehonderd mensen, maar bij lange na niet genoeg voor de hoge hoofdzaal van de Machinefabriek waar makkelijk vijfhonderd mensen in passen.

Ik sta vooraan, praat over de (op een laag volume draaiende 139-bpm-techno die al draait) met een oude bekende en voordat ik het doorheb sneakt Colin Benders achter mij langs en begint hij met zijn liveset. Hij start goed met een uitdagende offbeat kick. De mensen vooraan zijn enthousiast en ik laat me voor een klein half uur meevoeren met de voornamelijk door big room techno geïnspireerde set. Daarna loop ik naar achteren om een bekertje bier te halen. Aan de bar merk ik het: er staat echt veel te weinig geluid in deze zaal en twee euro vijftig voor een plastic glas waterig tapbier vind ik een belediging voor mijn portemonnee.

Een echte clubsfeer komt die avond niet op gang Toch weet Colin Benders velen te imponeren. Het venijn zit hem niet in wat hij doet, dat vele malen vaker en beter is gedaan, maar hoe hij het doet. Hij weet met zijn enthousiasme en muzikaliteit wederom een brug te slaan tussen de jongere en de oudere, daar hij met zijn performance elektronische muziek presenteert waar je muzikaal geïnteresseerde vader of moeder prima van kan genieten. Denk ik.

De performance van Colin Benders wordt visueel gesteund door de mesmeriserende lasershow van ‘Beamshow’, die maar liefst drie kanten van de zaal bedekt met abstracte vormen. Dat is een goede toevoeging waar men over te spreken is.

Omdat mijn avond nog langer zou duren – Benny Rodrigues stond in OOST! – ben ik voortijdig vertrokken en heb ik het acidcollectief 030303 gemist. Wel hoorde ik tijdens het vervolg van mijn nacht nog een bijzonder positief geluid van een bezoeker, die het optreden van Colin waardeerde, en het onder één van zijn mooiste muzikale ervaringen schaarde. Zalvende woorden à la Bert Scholten. Hoewel ik dacht dat de jongeman dan nog maar eens wat meer van de wereld zou moeten zien, ben ik mij er ook terdege van bewust dat zo’n ervaring erg waardevol is, en vraagt om meer. Een ziel is gewonnen. Het was vast niet de enige.

De eerste ‘nieuwe’ Clash is een geslaagd probeersel, maar nog geen herboren fenomeen. Er zijn veel dingen die beter kunnen; dat weten de organisatoren waarschijnlijk zelf ook. Toch heb ik alle respect voor deze eerste poging en zou ik graag de cultuurbobo’s manen de buidel wat verder open te trekken voor de volgende editie.

Elektronische muziek en performancekunst zijn here to stay, want mensen vinden het tof. Zo tof dat het winstgevend kan zijn. Al helemaal als er gelden van derden worden ontvangen. Dan moeten een waardig geluidssysteem en een fatsoenlijk pilsje meer dan mogelijk zijn toch? Want er zijn qua venues alternatieven aan te wijzen die beter geluid en goedkoper, lekkerder bier hebben en géén gelden van derden ontvangen. Al staat daar dan weer geen Colin Benders.

Op naar de volgende!