Netflix in competitie: Cannes sein, aber Cannes auch nicht sein

De zeventigste editie van Festival de Cannes is weer geweest. Het ging misschien niet zo ver als toen Lars von Trier werd verbannen van het festival vanwege schokkende uitspraken over Hitler, toch was er weer veel commotie. Het ging dit keer om de film The Meyerowitz Stories van Noah Baumbach (Frances Ha, While We’re Young) en de hybride live action-/animatiefilm Okja van Bong Joon-ho (Snowpiercer, Mother).
Beide films waren in competitie voor de grootste filmprijs van het festival, tot grote onvrede van juryvoorzitter Pedro Almodovar. In een persconferentie liet hij weten dat deze films bij voorbaat niet mochten winnen. Waarom? Omdat de films door Netflix zijn geproduceerd en zodoende niet in de bioscoop uitkomen. Will Smith, ook lid van de jury, ging hier tegenin. En later deden de makers van Okja, Tilda Swinton en Jake Gyllenhaal, ook nog een waardevolle duit in het zakje.

Netflix lokt grote regisseurs met totale artistieke vrijheid en enorme budgetten. Een mooie impuls zou je denken. Maar de vernieuwing in het verdienmodel van de filmindustrie – van ticketverkoop naar abonnementsgeld – gaat voor velen te snel.

In hoeverre bepaalt de commerciële route die een film aflegt de waarde ervan? Hoe je hem ook kijkt; Okja is een film die lekker wegkijkt, met rollen voor topacteurs als Tilda Swinton en Paul Dano. De film is een leuke Koreaans-Amerikaanse mix en vertegenwoordigt een nieuwe stap in CGI. Misschien ben je na afloop zelfs ineens vegetariër geworden.

Okja komt op 28 juni uit. Op Netflix dus.