Beginning | IFFR 2021

‘Yeah, it’s a body floating into the land’, ‘No, it’s the land itself here that is the body, a body of land’. Ik herinner me de eerste zinnen nog die te horen zijn op het debuutalbum ‘Space is Only Noise’ van de componist Nicolas Jaar (US/CL), alweer uit 2011.  Zo’n negen jaar later denk ik eraan terug als ik de laatste beelden zie van de film ‘Beginning’, het debuut van regisseuse Dea Kulumbegashvili (GE). Of het toeval is, of instinctief voortkomt uit de wisselwerking tussen beide makers weet ik niet, maar dat beeld en geluid een prachtige dialoog met elkaar aangaan is zeker een feit.

Beginning opent met een zwart beeld. Je ziet niets en hoort een vrouw fluisteren, zachtjes bidden.  Je waant je even in haar hoofd, het is bijna voelbaar. Daarna volgt de openingsshot in de Koninkrijkszaal van Jehovah’s Getuigen op het Georgische platteland. Een statisch onafgebroken shot die gericht is op de kille, sobere ruimte met aan weerszijden stoelen en in het midden van het beeld een rode loper die naar het podium leidt.

Drie kinderen worden door lerares Yana gestraft omdat ze hebben gevoetbald. Ze worden met hun gezichten naar de muur gezet net in de onderste buitenhoek van het beeld. Terwijl Yana ze sommeert stil te zijn loopt de kerk vol. Als iedereen heeft plaatsgenomen worden de jaloezieën dichtgedaan en is men afgesloten van de buitenwereld. Predikant David (Yana’s echtgenoot) vertelt vanaf het podium het verhaal van God die Abraham zijn geloof op de proef stelt en hem beveelt zijn enige zoon Isaäk te doden en te offeren. Een engel weerhield Abraham hiervan, waardoor de proef doorstaan was en hij – wegens zijn geloof in God – een groot zegen ontving.

Dan wordt er een molotov-cocktail door de ramen naar binnen gegooid, er woedt een hevige brand en lange tijd lijkt het alsof niemand naar buiten kan. Door het schreeuwen en de paniek van de mensen in combinatie met het geluid van het vlammende vuur voel je je gevangen. De toon is gezet. Deze lange openingsshot van de film bevat alles. Binnen de muren van religie zijn de kinderen niet hoorbaar en niet zichtbaar, de mannelijke predikant staat in het middelpunt met zijn gezicht naar de toeschouwer gericht en de vrouw is dienstbaar aan wat er van haar verwacht wordt.

Verwijzingen naar ‘De offering van Isaäk’ zie je in de gehele film terugkomen. De berg, het vuur en het offer krijgen in vele gedaanten vorm. Hoe langer je kijkt, hoe meer je ziet. De ingehouden spanning gedurende de film is voelbaar, onderhuids en een beetje akelig. Wat dat betreft is de interactie tussen Jaar en Kulumbegashvili een gouden combi, aan bevreemde geluiden, afwijkende visuele keuzes en donkere randjes geen gebrek.

Yana woont samen met David en hun zoon Giorgio en ze heeft haar carrière als actrice opgegeven om haar echtgenoot David in zijn missie als predikant te ondersteunen. Op het moment dat David vertrekt om financiering te vinden voor de herbouw van de Koninkrijkszaal vernauwt de binnenwereld van Yana steeds verder.

Gedurende de film is ze op zoek naar haar identiteit en zien wij als toeschouwer de reis die ze hierin aflegt. Je kan niet wegkijken voor wat je ziet, je bent er zelf onderdeel van geworden. In huis is het stil, je voelt de beklemming. De onbevangenheid van Giorgio staat soms in schril contrast met de leer van de Jehova’s Getuigen. Yana lijkt binnen in huis niet aanwezig te zijn, ook al zie je haar wel. Het is alsof ze er niet mag zijn. Het psychisch proces is belangrijk, en je vraagt je af wanneer en waar dit begonnen is. Bij de opvoeding van Yana door haar moeder die zichzelf opofferde? De onderdrukking van de vrouw binnen de geloofsgemeenschap? Of bij haar man David die haar blijft wijzen op haar zondes en zichzelf ziet als de redder?

Ogen dicht en fantaseren lijkt de enige uitvlucht. De natuur, de bloemen, het water, de lucht is waar Yana zich vrij en comfortabel voelt. Als ze verderop in het verhaal ook deze veilige plek op brute wijze verliest lijkt het alsof ze de verbinding met het laatste stukje vrijheid volledig kwijt raakt waarmee het zaadje wordt geplant voor het brengen van een offer waarmee ze zichzelf de grootste straf oplegt.

Alle zichtbare en onzichtbare lijnen in het verhaal hebben invloed op je beleving en zijn goed terug te zien, zowel in beeld als in het geluid. Vanwege de stilte – of afwezigheid van dynamisch beeld – word je gedwongen bij jezelf naar binnen te gaan en je eigen individuele ervaringen mee te nemen. Deze complexiteit maakt dat de film angstvallig dichtbij komt.

De soundscape van Nicolas Jaar lijkt er eentje die door afwezigheid van muziek wel het meest vervreemdend werkt en tegelijkertijd compleet aanvoelt. De stilte, het gesproken woord, het vuur, de natuur. Elk element is onderdeel van deze soundscape.

Tot ongeveer een jaar geleden dacht Jaar dat mensen hun ogen dichtdeden en in de duisternis luisterden naar zijn muziek zoals hij dat zelf ook doet. Nu vindt hij dat een absurde gedachte. De schoonheid is dat het luisteren naar muziek veel omvangrijker is en er vele interpretaties zijn op dat moment. Alles is een individuele beleving.

Na Space is Only Noise heeft zijn muziek zich organisch ontwikkeld en heeft hij onder diverse pseudoniemen muziek uitgebracht. Ook heeft hij met Pomegranates (2015) een alternatieve soundtrack gemaakt voor een avant-gardefilm van Sergei Parajanov uit 1969 en de soundtrack gemaakt voor diverse andere films. Voor Jaar kreeg de samenwerking een extra dimensie door onderdeel te zijn van het creatieve proces en te kunnen duiken in de vragen wat het betekent om geluid te creëren en in het proces mee te kunnen bewegen. Wat kan het losmaken? Waar gaat het heen? De sensitiviteit en de gelaagdheid in Jaar zijn werk is de reden dat Kulumbegashvili graag met hem wilde werken.

Toen het geluid in vele lagen onder het vuur werd gezet kreeg de berg zijn volume en werd het zichtbaar. Dat illustreert voor mij de kracht van deze organische samenwerking. Met de sound designer van de film die deze dans met hen aanging als dirigent van het geheel. Op de vraag wat Jaar ervan vind dat er weinig van zijn muziek in de film zelf gebruikt wordt antwoordt hij: ‘Ik denk niet aan mijn muziek. Ik word misselijk van de film, dat is het allerbelangrijkste. Luister naar de film’.

Na het laatste beeld is er een minuut stilte. Daarna volgen de credits met een zwart beeld. De soundtrack staat op zichzelf, het is weer tijd om naar binnen te gaan. Nu luister ik, met mijn ogen dicht en fantaseren lijkt de enige uitvlucht.

De film was te zien tijdens de online editie van IFFR 2021. Later dit jaar zal de film, wanneer mogelijk, in het Forum vertoond gaan worden. Hou de site in de gaten.