Avant-garde in Groningen: De Ploeg 1918-1928 | Groninger Museum

Kunstcurator Maayke Meijering Maayke zegt:

“Het was het spel van het Groninger Expressionisme: kleurrijke, snelle en energieke portretten, landschappen, stadsgezichten en verbeeldingen van het stadse leven.”


English

Als jezelf respecterende Groninger heb je vast weleens van De Ploeg gehoord: die lokaal wéreldberoemde kunstenaarsgroep werd 100 jaar geleden in Stad opgericht. Ter ere daarvan is nu een grote Ploegtentoonstelling te zien in het Groninger Museum: Avant-garde in Groningen: De Ploeg 1918-1928.

De Ploeg werd in 1918 opgericht uit onvrede over het kunstlandschap van Groningen aan het begin van de twintigste eeuw. Dat zouden ze wel even ‘omploegen’! Hoewel internationaal al van alles aan de gang was op het gebied van moderne kunst, werd in Groningen vooral werk van De Grote Drie gewaardeerd: HW Mesdag (die van de bootjes en het Scheveningse strand), Otto Eerelman (die van de paardenkeuring op de Grote Markt) en Jozef Israëls (die van het zeer dramatische ‘Langs moeders graf’). Deze drie behoorden zonder twijfel tot de top binnen hun genre, maar écht vooruitstrevend kon je hun werk in vergelijking met internationale tendensen op dat moment niet meer noemen. Wanneer je de tentoonstelling bezoekt, begin dan vooral in de grote trapzaal. Daar zie je een selectie van werken die populair waren ten tijde van de oprichting van De Ploeg. De overheersende kleuren? Bruin en grijs. In de daaropvolgende zalen wordt het Ploegverhaal uit de doeken gedaan: in explosies van kleur en energie. Het verschil met die eerste zaal is zó groot, dat je zult begrijpen wat een schok dat nieuwe werk teweeggebracht moet hebben. Na de allereerste tentoonstelling (in 1919) was de pers mild enthousiast – de grote ontwikkelingen binnen de groep moesten nog komen – en schreef over “moderne ideeën, gelukkig geen excessen”. Daar zou snel verandering in komen.

In 1920 vertrekt Jan Wiegers, lid van het eerste uur, in verband met een longaandoening naar een sanatorium in Davos, Zwitserland. Eenmaal genezen besluiten hij en zijn vrouw wat langer te blijven. In hun nieuwe dorp komen ze Ernst Ludwig Kirchner tegen. Kirchner was voorman van de Duitse expressionistische groep Die Brücke. Wiegers en Kirchner vonden elkaar helemaal en werden goede vrienden. Maar Wiegers hield meer aan de tijd over: hij leerde van Kirchner een helemaal nieuwe, expressionistische manier van schilderen. Het daaropvolgende jaar keert hij terug naar Groningen en deelt zijn bevindingen met de andere Ploegers. Het bleek de inspiratie die De Ploeg tot De Ploeg zou maken. Job Hansen, één van de andere leden, schreef later in zijn dagboek over de rol van Wiegers: “De ceremoniemeester heeft het spel laten beginnen.” Het was het spel van het Groninger Expressionisme: kleurrijke, snelle en energieke portretten, landschappen, stadsgezichten en verbeeldingen van het stadse leven.

In het Groninger Museum kan je nu de Ploegkunst in al haar facetten ontdekken. De tentoonstelling richt zich op die eerste tien jaar, die zo bepalend zijn geweest voor ons beeld van De Ploeg. Maar ook daarna bleven de kunstenaars actief. In de tentoonstelling ‘Tendensen: De Ploeg na 1928’, aan de andere kant van het museum, middenin de collectiepresentatie, zie je hoe het verhaal verder gaat. Als echte Groninger moet je toch meer dan alleen ‘weleens gehoord hebben’ van De Ploeg?

Avant-garde in Groningen: De Ploeg 1918-1928
 tot en met zondag 4 november
15 (regulier) • 10 (studenten/CJP) • gratis (studenten in Groningen)
 Groninger Museum

Kunstcurator Maayke Meijering Maayke says:

“ It was the game of Groningen Expressionism: colorful, fast, and energetic portraits, landscapes, urban views, and depictions of life in the city.”


As a self respecting citizen of Groningen, chances are you’ve heard about De Ploeg (The Plow) before: that locally world famous group of artists that was formed 100 years ago in the city. To honor that fact there is now a big Ploeg exhibition hosted by the Groninger Museum: Avant-garde in Groningen: De Ploeg 1918-1928.

De Ploeg was formed in 1918 out of discontent with the state of the art in Groningen at the beginning of the twentieth century. They were determined to plow this artistic landscape. Although internationally there were a great many of things going on in the field of modern art, in Groningen it was mainly work of the big three that gained recognition: H.W. Mesdag (the one from the boats on the beach of Scheveningen), Otto Eerelman (the one from the horse inspection on the Grote Markt), and Jozef Israëls (the one from the overly dramatic ‘Past moher’s grave’). No doubt these three belonged to the best within their genre, but comparing their work to the international tendencies of their time, we can hardly call it progressive.

When you visit the exhibition, start in the big stairway room. There you see a selection of works that were popular at the time De Ploeg was formed. Dominant colors? Brown and grey. In the next rooms, the story of De Ploeg unfolds in explosions of color and energy. The contrast with the first room is so big you’ll feel what a shock the new work must have caused. After the first exhibition in 1919, the press was mildly enthusiastic – the greater developments within De Ploeg had yet to take place – and wrote about “modern ideas, thankfully no excesses”. However, that would change rather quickly.

In 1920, Jan Wiegers, member of the first hour, leaves for Davos because of a lung condition. Once cured, he and his wife decide to stay a little longer. In their new village, they run into Ludwig Kirchner. Kirchner was a frontrunner of the German expressionist group Die Brücke. Wiegers and Kirchner found each other and become close friends. But it was Wiegers who benefited most from that period: he learned from Kirchner an entirely new, expressionist way of painting. The following year he returns to Groningen and shares his findings with the other members of De Ploeg. It turned out to be the inspiration that would define De Ploeg. Job Hansen, one of the members, wrote later in his diary about the role of Wiegers: “the master of ceremony has let the game begin”. It was the game of Groningen Expressionism: colorful, fast, and energetic portraits, landscapes, urban views, and depictions of life in the city.

In the Groninger Museum you can now discover the art of De Ploeg in all its forms. The exhibition focusses on the first decade that has been so crucial for our image of De Ploeg. But in the years that followed, De Ploeg remained active. In the exhibition Tendencies: De Ploeg after 1928, on the other side of the museum, in the middle of the presentation of the collection, you can see how the story continues. And let’s be honest, as a real citizen of Groningen, shouldn’t you have more than just heard of De Ploeg?