Chihuly | Groninger Museum

Kunstcurator Maayke Meijering Maayke zegt:

“Net zoals het Groninger Museum, zoekt ook Chihuly de grenzen op.”


Glaskunst heeft vaak een wat gezapig, saai en kitschy karakter (die gekleurde glazen clowntjes bij je oma op de schouw). Omdat het werken met glas bovendien nog steeds vaak gezien wordt als een ambacht – en dus niet als kunst – zal je maar weinig glaswerk tegenkomen in het gemiddelde museum (buiten de sporadisch mondgeblazen wijnglazen in het restaurant). Het Groninger Museum zoekt wel vaker de grenzen op en organiseert ditmaal een grote overzichtstentoonstelling van het werk van de Amerikaanse glaskunstenaar Dale Chihuly.

Chihuly (1941) is in Amerika al jarenlang een kunstenaar van formaat. In Europa is zijn werk opgenomen in een aantal vooraanstaande collecties (zoals het Victoria&Albert Museum in Londen en de kunstcollectie van Schiphol), maar hij is toch nog weinig bekend bij het grote publiek. Chihuly begon zijn carrière als interieurontwerper, maar raakte al snel geïnteresseerd in glaskunst. Hij leerde van de wereldberoemde glasblazers op het Venetiaanse eiland Murano en zette zijn eigen school op in zijn geboortestaat Washington. Hij is een markante verschijning, met zijn enorme bos warrig haar en ooglap. Dat lapje beschermt zijn ernstig beschadigde linkeroog, waar hij blind aan werd na een auto-ongeluk in 1976. Toen hij een paar jaar later ook zijn rechterschouder verwondde tijdens een surfongeluk en daardoor de blaaspijp niet meer kon optillen, besloot hij met een gespecialiseerd team te gaan werken, zoals hij dat ook gezien had in Venetië. Chihuly is sindsdien niet minder betrokken bij zijn werk, maar geeft van een (letterlijk) afstandje gerichte aanwijzingen.

In het Groninger Museum kom je zijn glaswerk in alle verscheidenheid tegen, in vele vormen en vooral kleuren. Wat al snel duidelijk wordt: net zoals het Groninger Museum, zoekt ook Chihuly de grenzen op. De grens tussen kunst en ambacht natuurlijk. Interessant in dat opzicht zijn de ambachten die Chihuly zelf als inspiratiebron gebruikt. Patronen, kleuren en vormen van geweven dekens voor de Indiaans-Amerikaanse markt en gevlochten Indiaanse manden, vertaalt hij naar moderne vazen. Daarin zoekt hij ook de grenzen van zijn materiaal op. Wat kan nog en wat niet? Hoe dun kan het glas gemaakt worden voor het breekt? Hoe groot en hoe zwaar? Hoe kan het hete glas nóg verder gemanipuleerd, gedwongen, verleid worden? Stel je voor hoe de grootste objecten van gloeiendheet glas worden gevormd, soms met meerdere glasblazers en assistenten, gehuld in beschermende pakken en met handschoenen van kevlar. Op het eindproduct prijkt dan wel de naam Chihuly, deze objecten komen (direct of indirect) tot stand in samenwerking met tientallen glasblazers, metaalbewerkers, pr-medewerkers, persoonlijke assistenten en tentoonstellingsmakers (overigens is dat niet anders dan heel veel andere kunstenaars, nu en in het verleden).

Chihuly bewandelt ook de grens tussen kunst en kitsch. Waar die grens precies ligt is uiterst subjectief, maar wat mij betreft benadert hij die grens af en toe wel héél dicht (en stapt er soms ook welbewust overheen). Toch is er genoeg moois en interessants te zien. Misschien word je overdonderd door de kleurenpracht, of de enorme verscheidenheid van al die objecten. Misschien door de fragiliteit van zijn Seaforms, de schaduwpracht van de rood-oranje-gele Persians in de trapzaal of de subtiele ‘tekeningen’ van glasdraad op de Cylinders. Ik verbaas mij vooral over de techniek achter schijnbaar eenvoudige vormen en objecten. Op zijn eigen website zijn filmpjes te zien van het maakproces van al zijn series. Ik garandeer dat je daarna vol ontzag rondloopt op de tentoonstelling Chihuly in het Groninger Museum en je nooit meer bij voorbaat je neus ophaalt voor glaskunst.

Chihuly
 tot en met zondag 5 mei
20 (regulier) • 5 (museumkaart) • gratis (studenten uit Groningen)
 Groninger Museum