Escher op reis | Fries Museum

Kunstcurator Maayke Meijering Maayke zegt:

“De tentoonstelling in Leeuwarden is heel uitgebreid. Je bent misschien geneigd naar het einde te rennen om Eschers bekendste werken te zien, maar hou je even in. Kijk juist ook naar de ontwikkeling die hij doormaakte om tot die vlakvullingen te komen. Ook in zijn landschappen schuilt zijn meesterwerk.”


English

Wie kent ze niet, de vlakvullingen en onmogelijke werelden van de Nederlandse graficus M.C. Escher? In het Fries Museum is nu een grote overzichtstentoonstelling te zien van zijn werk. Die tentoonstelling laat zien dat Escher méér was dan alleen die wiskundig ingestelde kunstenaar.

Escher (1898-1972) is tegenwoordig vooral bekend om zijn litho’s van oneindige herhalingen. Vogels veranderen in vissen, hagedissen bijten in elkaars staart, dag wordt nacht en andersom. Met die vlakvullingen probeert de kunstenaar de oneindigheid grafisch weer te geven. Door in een cirkelvorm te werken, waarbij hij in het midden begint met de grootste voorstelling en deze naar buiten toe steeds verder verkleint, lukt hem dat ook. “Een cirkelvormige regelmatige vlakvulling, die aan alle zijden logisch begrensd wordt door het oneindige kleine, is wel iets wonderschoons”, vindt hij. De grootste zaal van de tentoonstelling is gewijd aan deze laatste, mathematische fase in zijn oeuvre. Er hangen prachtige werken tussen, zoals Metamorphose II uit 1940, een vier meter lange houtsnede van een ruitpatroon dat in twintig stappen (via een patroon van vissen, bijen, vogels, een schaakbord en een stadsgezicht) weer uitkomt bij zichzelf. Ook de elkaar tekenende handen (1948) en het zelfportret van de kunstenaar in een bol (1935) zijn hier te vinden.

Toch verraste die laatste zaal vol topwerk mij minder dan de prachtige zwart-witte litho’s en houtsnedes die de jongere Escher maakte in Italië en Zwitserland. Zijn blik op het landschap laat zien dat hij een kunstenaar in hart en nieren is. De abstrahering van rotspartijen en bomen en de manier waarop hij het landschap tot leven laat komen in enkel zwart en wit, maken dit deel van de tentoonstelling wat mij betreft heel interessant. Meer en meer laten de prenten zien hoe Escher de wereld naar zijn hand zet. Het is dan ook geen verrassing als de kleine ingrepen in het landschap steeds groter worden en de kunstenaar steeds verder gaat in zijn manipulaties van de werkelijkheid. En zo kom je als bezoeker heel logisch uit in die zaal vol vlakvullingen en onmogelijke bouwwerken.

De tentoonstelling in Leeuwarden is heel uitgebreid. Je bent misschien geneigd naar het einde te rennen om Eschers bekendste werken te zien, maar hou je even in. Kijk juist ook naar de ontwikkeling die hij doormaakte om tot die vlakvullingen te komen. Ook in zijn landschappen schuilt zijn meesterwerk.

Escher op reis
 tot en met zondag 28 oktober
18 (volwassenen) • 11,50 (studenten/CJP) • 5 (museumkaart)
 Fries Museum

 

Kunstcurator Maayke Meijering Maayke says:

“The exhibition in Leeuwarden is very expansive. You might feel the urge to run toward the end to see Escher’s most famous works, but try to control yourself. Take a look at the development he went through in order to get there. Even his landscapes contain his genius.”


Who doesn’t know them, the filled surfaces and impossible worlds of the Dutch graphic artist M.C. Escher? In the Fries Museum there is now a big exhibition with an overview his work. This exhibition shows us that Escher was more than just the mathematically oriented artist.

Escher (1898-1972) is mostly known these days for his lithographs of infinite repetitions. Birds changing into fishes, lizards biting each other’s tail, day turning into night and back again. With those filled surfaces, the artist attempts to depict infinity in a graphic way. By working in circles, starting with the largest picture in the middle and working outward with ever declining images, he succeeds. “A circular even filling of the surface which is logically contained on all sides by the infinitely small is indeed something magical”, he thinks. The biggest room of the exhibition is reserved for the final, mathematic period in his oeuvre. It contains beautiful works like Metamorphosis II (1940), a four meters long woodcarving in diamond pattern which, in twenty steps (through fishes, bees, birds, a chessboard, and a cityscape), arrives just where it began. The hands drawing each other (1948) and the self portrait of the artist in a glass bowl (1935), can be seen here as well.

Nevertheless, the room with showpieces didn’t surprise me as much as the beautiful black and white lithographs and wood carvings the younger Escher made in Italy and Switzerland. His view of the landscapes show he’s an artist through and through. The abstraction of the rocks and trees and the way in which he brings the landscape to life in merely black and white, make this part of the exhibition very interesting to me. The prints increasingly show how Escher makes the world into his own. It is then no longer a surprise when you see that the small interventions in the landscape become bigger interventions and that the artist keeps pushing his manipulations of reality. And this way, when you end up in the room with the filled surfaces and the impossible buildings, it all makes sense.

The exhibition in Leeuwarden is very expansive. You might feel the urge to run toward the end to see Escher’s most famous works, but try to control yourself. Take a look at the development he went through in order to get there. Even his landscapes contain his genius.